Ilai (5 Jaar)
Als Ilai naar Fantastikidz gaat, komt hij al binnen met een grote glimlach. Hij weet precies wat hij moet doen. Schoenen opruimen, jas ophangen, tas in de bak en zijn handen wassen. Zijn broers zaten al jaren op de BSO dus voor hem is het bekend terrein. Even vrij spelen en de schooldag laten bezinken voordat hij met zijn leeftijdsgenootjes wat fruit eet. En daarna? Dan word het tijd voor het leukste van de BSO.
Ilai kan dan eindelijk doen wat hij het allerliefst doet: gymmen. “Gymmen is het leukste!” zegt hij altijd. “Je doet allemaal verschillende sporten en je mag gewoon rennen zoveel je wilt.” En als de begeleiders meedoen? Dan wordt het pas écht gaaf. “Die kunnen heel goed voetballen” zegt hij snel. Behalve Martijn, die is niet zo goed.
Als we hem vragen wat zijn leukste herinnering is op de BSO dan moet Ilai meteen denken aan het raket-schieten. “We moesten met een pomp een fles vullen,” legt hij uit. “En toen vloog ’ie wel 30 meter de lucht in!” Dat was zo leuk, dat wil ik nog wel vaker doen maar dan nog verder weg.
Als hij mag kiezen wat hij wil spelen, hoor je eigenlijk altijd hetzelfde: “Voetballen! En volleyballen ook!” Dat doen zijn broers ook dus dat kan hij al goed. Hij rent van het ene spel naar het andere alsof hij nooit moe wordt. En ook al heeft hij geen favoriete vriendjes, want “ik vind spelen met iedereen wel leuk,” toch lijkt het alsof iedereen vanzelf met hem mee wil doen.
Het allerfijnste aan Fantastikidz? Dat zijn volgens Ilai de juffen en meesters. “Ze zijn lief,” zegt hij, “en ze doen leuk.” Maar het belangrijkste detail komt altijd op het einde: “Ze maken veel grapjes. En ze geven mij een fijn gevoel.”
En als iemand aan Ilai vraagt waarom Fantastikidz zo leuk is, hoeft hij daar nooit lang over na te denken. “Je kan hier goed spelen en sporten en ook kunnen we knutselen als je daar meer zin in hebt. Het is net alsof ik thuis ben!”